Economie

Economische groei De Kroatische economie kreeg in 1998-1999 te maken met een recessie. Deze werd veroorzaakt door:

- externe factoren: roebelcrisis, teruggang in groei op de EU-markt, Kosovo-oorlog (vooral het toerisme heeft hieronder geleden); tekort op de betalingsbalans en overheidsmaatregelen: de Kroatische overheid wilde het tekort op de betalingsbalans met een strakker monetair beleid verkleinen. De Kroatische kuna mocht ten opzichte van de Duitse mark devalueren. Hierdoor nam het vertrouwen in de kuna af en nam tevens het besteedbare inkomen van de bevolking af;

- structurele redenen: moeizaam herstel na de oorlog vanwege het ontbreken van industriële herstructurering en de kwalitatief slechte toeristenfaciliteiten. Vanaf 2000 is het vertrouwen van de consument in de economie weer toegenomen. Dit kwam door de loonsverhogingen en de politieke verandering na de parlementsverkiezingen (januari 2000). Het goede toeristenseizoen in 2000 zorgde voor een grote economische groei: de grootste sinds 1997. Ook in de jaren 2001 en 2002 is het BBP gegroeid: respectievelijk met 3,8 en 5,2 procent. De oorzaken van deze groei zijn, naast de groei in het toerisme, de toegenomen investeringen door particuliere en overheidsbedrijven door kredietuitbreiding bij de commerciële banken, de lagere rentetarieven en de komst van de kapitaalkrachtige buitenlandse banken. Overheidsinvesteringen zijn gedaan in infrastructurele projecten.

De economische groei in Kroatië blijft afhankelijk van de ontwikkelingen van de toeristische sector en de beperkte export van goederen. Voor langdurige groei zijn noodzakelijk: doorgaan met de herstructurering van bedrijven, verdere ontwikkeling van het MKB en bevordering van de export.

In 2002 maakte de dienstensector 67 procent uit van het BBP. Het toerisme heeft hierin het grootste aandeel. De overheidssector is voor Europese standaarden groot, vooral het openbaar bestuur, defensie, gezondheidszorg en sociale diensten. De dienstensector is niet alleen door de economische ontwikkeling van Kroatië gegroeid, maar vooral ook door het in elkaar zakken van de industriële productie. Dit gebeurde door de oorlogen na het uiteenvallen van Joegoslavië en door het ontbreken van export in het begin van de jaren negentig. De traditionele industrieën (basismaterialen, textiel, schoenen, drank en voedselverwerking) gingen enorm achteruit. De afname werd enigszins gematigd door de groei in de scheepsbouw en de farmaceutische industrie. De industrie maakte echter in 2002 nog slechts 24 procent uit van het BBP (in 1990 36 procent). De landbouwsector (8,4 procent van het BBP in 2002) is in Kroatië belangrijker dan in de meeste landen van Midden- en Oost-Europa. Ondanks de kleine economie heeft het land een relatief gesloten economie. De reden hiervoor is de stagnatie van de export van goederen. Het is vooral de export van diensten, die zorgt voor groei van de uitvoer. Investeringen In vergelijking met andere gevorderde landen uit Oost-Europa kent Kroatië een laag investeringsniveau. De reden hiervoor is de verlaging van de kapitaaluitgaven van zowel de regering als de particuliere bedrijven ten tijde van de recessie in 1998-1999. De particuliere consumptie is daarentegen aanzienlijk krachtiger (ongeveer 60 procent van het BBP in 2002). Dit komt omdat veel huishoudens in de middenklasse genoeg spaartegoeden op buitenlandse banken hebben staan om hun salaris aan te vullen en de rentestand relatief laag is. Het meeste buitenlandse investeringen zijn gerealiseerd in de dienstensector (telecommunicatie en banken). Ongeveer eenderde van de totale investeringen is geïnvesteerd in de industrie, waarvan de helft in de farmaceutische industrie. In 2002 is ongeveer 64 procent van de totale investeringen naar de banksector gegaan. Daarentegen slechts 9,6 procent naar hotels en restaurants.

Werkloosheid In 2002 was 22 procent van de beroepsbevolking werkloos. De oorzaken hiervoor waren reorganisaties bij bedrijven en structurele problemen. Slechts incidenteel werd nieuwe werkgelegenheid geschapen, vooral doordat bedrijven door hoge loonbelastingen ontmoedigd werden om nieuwe banen te creëren. Naast het gebrek op de arbeidsmarkt speelt ook het gebrek aan een efficiënte huizenmarkt voor huurders. Mensen uit gebieden met hoge werkloosheid, zoals Oost-Slavonië en Centraal-Dalmatië, konden niet gemakkelijk verhuizen naar gebieden met meer werkgelegenheid, zoals Zagreb. Onder de jeugd is een hoge werkloosheid.

In de tweede helft van 2002 is de werkloosheid ten opzichte van de eerste helft van 2002 afgenomen door wijzigingen in de arbeidswetgeving (onder andere de vermindering van de financiële stimulans om als werkloze geregistreerd te staan). Daarentegen spreekt de International Labour Organisation (ILO) van een werkloosheid van 14,4 procent, omdat de mensen werkzaam in de grijze economie en de niet-werkzoekenden uit het werklozenpercentage zijn gehaald. De Werkgelegenheidswet van begin 2002 heeft de voorwaarden voor de registratie als werkzoekende gewijzigd. Zo is het verband tussen de registratie en het recht op bepaalde verzekeringen weggehaald en worden parttime werkers en niet actief werkzoekenden niet meer geregistreerd. Dit zal het geregistreerde percentage werklozen van de Kroatische overheid dichter bij het percentage van de ILO brengen.

Kroatie hoopt de werkgelegheidsproblematiek op te lossen door toe te treden tot de Europese Unie en tegen concurrerende prijzen land energie en arbeid aan te bieden. Daarnaast zullen de aanleg van een modern wegennet met nieuwe snelwegen en de modernisering van de spoorwegen en de havens helpen het hoge werkloosheidcijfer omlaag te brengen.

Inflatie Kroatië kent een relatief lage inflatie (2,2 procent in 2002). Zelfs bij de introductie van de BTW in januari 1998 bleef de inflatie relatief laag. Dit lage percentage komt onder meer door de stabiliteit van de kuna, de verlaging van de importtarieven (eis van de WTO) en de toenemende concurrentie van buitenlandse bedrijven op de Kroatische detailhandelmarkt. De inflatie zal de komende jaren laag blijven.