|
 |
Bizovac | Halverwege de 20ste eeuw stuitte men hier op zoek naar aardolie op een warmwaterbron. Het water heeft een temperatuur van 90 graden C en is rijk aan mineralen. Een paar jaar later werd het kuuroord Bizovacke Toplice gebouwd. Dit bleek een groot succes te zijn en het is inmiddels uitgegroeid tot een enorm complex met een hotel, twee grote zwembaden en cabines voor modderbaden. Elke dag komen hier honderden mensen kuren. Het water is heilzaam bij reumatische en ademhalingsklachten en bevordert de genezing van verwondingen. Het plaatsje staat in Slavonie ook bekend om zijn fraaie goud en zilverborduurwerk, uitgevoerd door jonge vrouwen uit de omgeving. Dakovo In de middeleeuwen heette dit stadje Civitas Dyaco, en later Castrum Dyaco. Aan het eind van de 13de eeuw werd het een bisschopzetel, die invloed uitoefende over een groot deel van Slavonie en Bosnie. Na in 1536 door de Turken te zijn veroverd en verwoest, werd de plaats een islamitisch centrum met een moskee. Na de Turkse overheersing werd de stad herbouwd. Alleen de moskee aan het eind van de centrale hoofdstraat bleef behouden en werd in de 18de eeuw veranderd in de Parochiale Allerheiligenkerk. Het centrale plein wordt gedomineerd door de tussen 1866 en 1882 door bisschop Jospip Juraj Strossmayer gebouwde Petruskathedraal. Het gebouw is ontworpen door de Weense architecten Karl Rosner en Friedrich von Schmidt. De imposante gevel wordt geflankeerd door twee 84 meter hoge klokkentorens. Binnen zijn fresco?s van Maksimilijan en Ljudevit Seitz, beelden van Ignazio Donegani en Tomas Vodcka en de 19de eeuwse decoraties van Giuseppe Voltolini te zien. De crypte herbergt het graf van de bisschoppen Stossmayer en Ivan de Zela. Naast de kerk staat het 18de eeuwse Bisschoppelijk paleis, met een fraai barok portaal. Darda De enige verwijzing naar Darda?s geschiedenis is een mooi paleis dat in de tweede helft van de 18de eeuw is gebouwd door de baronnen van Esterhazy en dat nu is gerestaureerd en dienstdoet als stadhuis. Darda was ooit een versterkte stad en staat op de 17de eeuwse kaarten afgebeeld als een grote vesting, verbonden met Osijek door de 8 kilometer lange brug van Solimano. De brug is in 1566 over moerasgebied aangelegd, maar werd in 1664 door Nikola Zrinski vernield om het Turkse leger tegen te houden. Bij die gelegenheid werd de stad met de grond gelijk gemaakt. Het dorpje telt nu zo ongeveer 6700 inwoners.
Daruvar | Deze plaats stond in de Romeinse tijd bekend als Aquae Balissae, vanwege de kwaliteit van zijn warmwaterbron, die ontspringt aan de voet van het Papuk-gebergte. Het stadje ontwikkelde zich uit drie middeleeuwse nederzettingen. In 1760 werd het gebied geschonken aan een Hongaarse graaf, Antun Jankovic, die een barok paleis en het eerste kuuroord liet bouwen. Tegenwoordig heeft Daruvar een hotel en een medisch centrum waar u het bronwater kunt proberen. Het stadje heeft twee 18de eeuwse kerken, een rooms-katholieke en een Orthodoxe. Daruvar is een centrum van de Tsjechen in Kroatie, die de Tsjechische taal en gebruiken in ere houden.
Donji Miholjac Dit plaatsje ligt aan de oevers van de Drava bij de Hongaarse grens. Alle sporen van het verleden zijn er uitgewist, met uitzondering van de van oorsprong Romaanse Sint-Michaelkerk. Het pseudo-middeleeuwse Majlath-huis werd aan het begin van de 20ste eeuw gebouwd door de familie Majlath. Het met torens en pinakels uitgeruste gebouw is nu het stadhuis.
Erdut | Dit plaatsje verwierf zijn plaats in de geschiedenis toen er op 13 november 1995 een akkord werd gesloten tussen Kroatie en Joegoslavie dat voorzag in de teruggave van Slavonie en Baranja aan Kroatie na bijna 4 jaar Servische bezetting. De strategische ligging van de plaats aan de Donau verklaart waarom de Romeinen hier ooit al fortificaties bouwden. In de middeleeuwen verrees er op deze plaats een kasteel, dat later door de Turken werd beschadigd, maar vervolgens door hen werd herbouwd. Ook de Habsburgers gebruikten het kasteel, waarvan nu alleen een ronde en een vierkante toren resteren. Het 19de eeuwse Cseh-paleis waar in 1995 het akkoord is ondertekend wordt nu gerestaureerd. De familie Cseh zwaaide vanaf de 18de eeuw de scepter over dit gebied.
Ernestinovo | Al vele jaren presenteren bekende beeldhouwers jaarlijks hun werk op een zomertentoonstelling in Ernestinovo. Deze openluchttentoonstellingen hebben het dorpje beroemd gemaakt. De eerste expositie werd in 1976 georganiseerd door de beeldhouwer Petar Smajic. Van 1991 tot 1996 werd de tentoonstelling in ballingschap gehouden. De plaats is in de laatste oorlog zwaar beschadigd maar wordt herbouwd. Ilok Aan een wijde bocht van de Donau ligt dit plaatsje, het is de meest oostelijk stad van Kroatie. Het is sinds de Romeinse tijd een beroemd wijngebied. In de laat Romeinse tijd nam de stad in belang toe en ging Cuccium heten. In de middeleeuwen was Ilok een castrum met hoge muren, torens en versterkte bouwwerken. De verdedigingswerken werden in 1365 versterkt en de vesting werd aan Nikola Kont geschonken, wiens nazaten de titel graaf van Ilok mochten voeren. Rond het midden van de 15de eeuw bouwde men binnen de vesting een kerk en een klooster, beide gewijd aan Sint-Ivan Kapistran, een franciscaner monnik die de christenen tegen de Turken verenigde en hier in 1456 werd begraven. Toen Ilok in de 16de eeuw een belangrijk bestuurlijk en militair centrum van de Turken werd, voegde het nieuwe gezag moskeeen en baden aan de vesting toe. De kerk en het klooster zijn onlangs gerestaureerd. Tussen deze twee gebouwen in zijn lange stukken van de oude muren bewaard gebleven. Ook is er nog een deel van een van de Turkse baden te zien. In 1683 werd de stad door de Oostenrijkse keizer aan de legeraanvoerder Livio Odesscalchi geschonken, vanwege diens rol in de slag bij wenen. Hij liet er in een ildyllisch decor een U-vormig paleis bouwen, het Odescalchi-paleis. Tegenwoordig herbergt het paleis de Odesscalchi-collectie, een restaurant, overheidskantoren en het gemeentemuseum met archeologische en etnografische collectie. In de kelders worden nog de wijnen van Ilok geproduceerd, zoals de droge witte Traminac.
Kutjevo | Dit wijnstadje is bekend om een wijnmakerij die is opgericht door de cistercienzers. In 1232 bouwde de orde hier een klooster, dat zich toelegde op de wijnbouw. Aan het eind van de 17de eeuw, na de Turkse overheersing, namen de jezuiten het klooster over en begonnen weer wijn te maken. De kelders van de cistercienzers zijn nog intact en de wijn is nog steeds een belangrijke bron van inkomsten. De jezuiten bouwden ook de Mariakerk in 1732, dat een schilderij van een madonna met kind van A. Cebej (1759) bezit. Kutjevo is de hoofdstad van het district Pozega-Slavonia en is verbonden met een geschiedenis van gastvrijheid, landbouw en een natuurlijke wijze van omgang met de natuur. Rondom de wijn is een enorme cultuur ontstaan in de afgelopen eeuwen. De stad Kutjevo ligt aan de zuidelijke hellingen van het Krndija gebergte, dat bescherming biedt aan de koude vanuit het noorden. Het is erg bossig en omvat de noordwestelijke kant van het schitterende Pozega-dal, ook wel de Gouden Vallei genoemd. In deze vallei rijpt de tabak en in de bossen groeien de Sloveense eiken waar vaten voor de beroemdste wijnen in de wereld van worden gemaakt. Kutjevo kent zo'n 400 hectare wijnland en bijna alles draait om de witte druif Gra_evina In 1882 is door de adellijke familie Turkovic de eerste Gra_evina aangeplant. Nadat stukken bos werden gekapt om het hout voor de scheepsbouw is het land ingezet voor de wijnbouw. De streek werd in 1898 geplaagd door de druifluis en door baron Turkovic zijn enige planten gered welke op een Amerikaanse onderstam konden overleven.
Lipik | Deze plaats stond in de Romeinse tijd bekend om zijn bronwater. Aan het begin van de 19de eeuw werd er een bron herontdekt die rijk was aan fluor, natrium en calcium. Hierdoor werd Lipik een van de beroemdste kuuroorden van Kroatie, vooral tussen de twee wereldoorlogen in. In de oorlog werd Lipik zwaar beschadigd, maar er is een nieuw kuuroord gebouwd en de hotels en medische centra zijn hersteld. In Lipik worden ook de beroemde Lipizzaner paarden gefokt. Deze werden voor het eerst gefokt in de 16de eeuw, in Lipizza in Slovenie.
Nasice | Een klein plateau, bedekt met wijngaarden en bossen is het decor van dit plaatsje, dat op de plaats van een oude nederzetting is gebouwd. De plaats wordt in de eerste helft van de 13de eeuw voor het eerst genoemd onder de naam Nekche, als eigendom van de tempeliers. Nadat deze orde in 1312 was opgeheven kwam de plaats in handen van de Gorjanski's en later via een huwelijk, in die van de graven van Ilok, waarna de Turken zich er in 1532 meester van maakten. Toen de Turken waren verdreven, kwamen de franciscanen terug naar het plaatsje en herbouwden de Antonius van Padua-kerk. Ook herbouwden ze hun klooster, dat hier in de 14de eeuw was gesticht. Beide moesten worden hersteld na oorlogsschade in 1991. ook vindt men in het dorp het gemeentemuseum, in een neoclassicistisch herenhuis uit begin 19de eeuw
Natuurpark Kopacki Rit | Dit moerasachtigepark wordt begrensd door het laatste stuk van de Drava, voor deze uitmondt in de Donau. Het landschap verandert per seizoen en staat onder water wanneer de Donau buiten zijn oevers treedt. Het 170 km2 grote gebied is soms een groot moerasgebied. In andere perioden is het een uitgestrekte grasvlakte met plassen en poelen. Er zijn ook droge stukken, waar enorme wilgen en eiken groeien. Het gebied is sinds 1967 een natuurreservaat. Het heeft een rijke fauna en is vele malen per jaar een toevluchtsoord voor honderden soorten vogels, zowel trek als strandvogels. Het hoogwater wordt tegengehouden door een hoge dijk in het westen, waar een weg overheen loopt, zodat u dat deel van het park vanuit de auto kunt zien. De hoofdingang van het park bevindt zich in het dorp Bilje.
Nova Gradiska | Dit plaatsje is in 1725 door Oostenrijkers, die hier een vesting wilden bouwen, gesticht onder de naam Fredrichsdorf. Het ligt aan de voet van de berg Psunj, op een vruchtbare vlakte. Op het hoofdplein, omzoomd door barokke gebouwen, wordt regelmatig een boerenmarkt gehouden.
De Neoclassicistische Kerk van de onbevlekte ontvangenis | Deze kerk was voorheen gewijd aan de H. Stefanus van Hongarije. Het Barokke Theresia-heiligdom dateert uit 1756.
Novi Mikanovci | Dit dorpje is beroemd om zijn kleine Romaanse Bartholomeuskerk, uit de eerste helft van de 13de eeuw, een zeldzaam voorbeeld van architectuur van voor de Turkse overheersing. Het kerkje staat op een kerkhof en wordt vanwege zijn tegen de gevel aanleunende toren de ? Toren van Pisa van Slavonie? genoemd. Bij de ingang van het kerkhof staat een kleurig beeld van de H. Bartholomeus.
Orahovica Dit plaatsje staat in Kroatie bekend om zijn wijn. Het was in 1228 feodaal bezit en werd later een Turks garnizoen. Zijn huidige uiterlijk kreeg Orahovica in de 18de eeuw. Op een van de heuvels rond het plaatsje ligt de ruine van Rosetta, een van de grootste middeleeuwse vestingen van Kroatie. De muren waren 9 meter dik en omsloten militaire gebouwen, een kerk en de residentie van de gouveneur. Het complex was zo groot dat het vaak als stad werd aangeduid. De Turken staken de vesting in brand, herstelden deze voor een deel en gebruikten het bouwwerk als garnizoen. Na de bevrijding in 1690 kreeg de vesting weer een defensieve taak. Aan de voet ervan ontstond een dorp bewoond door Serviers.
Osijek | zie link steden Osijek
Pozega | De Romeinen hebben deze plaats gesticht onder de naam Incerum, een nederzetting halverwege tussen de plaatsen die nu Osijek en Sisak heten. In de 11de eeuw was dit een van de centra vanwaar de ketterse Bogo-mili-beweging zich verspreide. Nadat deze in de 12de eeuw de kop was ingedrukt, werd de stad door koning Bela IV aan de tempeliers gegeven. In 1227 stichtten de franciscanen er een klooster, waarvan de kerk tijdens de Turkse bezetting als moskee werd gebruikt. In de 18de en 19de eeuw werd de stad het Athene van Slavonie genoemd, vanwege de culturele evenementen die er werden gehouden ter herdenking van het verdrijven van de Turken in 1691. De stad veranderde in die periode van uiterlijk aan het hoofdplein, Trg Sv. Trojstva, verrezen gebouwen met sierstucwerk en barokke zuilengangen. Op het plein staat een pestzuil die in 1749 is gemaakt door Gabrijel Granic. Aan het plein staat ook de gerestaureerde 18de eeuwse Franciscus kerk. In het klooster ernaast wonen nog franciscaner monniken. Interessante voorbeelden van barokke bouwkunst zijn het Jezuitencollege uit 1711 en het Gymnasium, in 1726 geopend door de jezuiten, die in 1763 ook de academie van Pozega stichtten. De uit 1763 stammende Theresia-kerk werd in 1997 een kathedraal. De Laurentiuskerk is aan het begin van de 18de eeuw in barokstijl verbouwd, maar heeft nog een paar 14de eeuwse fresco?s. Een van de grafstenen is van dichter Antun Kanizlic (1699-1777). Op het plein tussen de Franciscuskerk en het Jezuitencollege staat een beeld van Luka Ibrisimovic, een franciscaan die zich onderscheidde in de strijd tegen de Turken.
Het gemeentemuseum bezit een verzameling archeologische vondsten, Romaanse reliefs en barokke schilderijen.
Arengrad | In de middeleeuwen controleerde een vesting op deze plaats her drukke verkeer over de Donau. In de 15de eeuw voegde graaf Ivan Maroivicki een franciscaner klooster aan het complex toe. De vesting werd echter verwoest toen de Turken het plaatsje innamen en het gebied bleef vervolgens onbewoond tot de Turken eind 17de eeuw weer vertrokken. Nadat de bewoners waren teruggekeerd, richtten de monniken een school op en verzamelden archeologische voorwerpen voor een museum. Tussen 1991 en 1995 werd het gebied zwaar gebombardeerd. De kerk en het klooster zijn gerestaureerd en het beeld van de H. Antonius van Padua staat weer op zijn plaats. Vanaf de heuvel heeft u een prachtig uitzicht over de Donau.
Slavonski Brod | zie link steden Slavonsk Brod
Topolje | In 1687, na de overwinning op de Turken bij Wenen, besloot prins Eugenius van Savoye, de bevelhebber van het keizerlijke leger, in de omgeving van dit dorpje ter ere van die overwinning een kerk te laten bouwen. De locatie is prachtig: de kerk staat geisoleerd tussen bomen, omgeven door een lappendeken van mais-en tabaksvelden. Tijdens de oorlog in de jaren 90 is de kerk bijna geheel geplunderd en verwoest. Het gebouw wordt momenteel ingrijpend gerestaureerd, maar de fraaie aankleding is helaas verloren gegaan. Evenals in Darda wonen in deze omgeving verscheidene Hongaarse gemeenschappen, die samen met Kroaten, geleidelijk terugkeren na hun ballingschap tijdens de Yoegoslavische bezetting. De huizen in Hongaarse stijl, met overhangend dak, zijn een opvallend element in het gebied. In de herfst hangen aan de gevels lange strengen chili pepers in de zon te drogen.
Valpovo | Het centrum van dit plaatsje is gebouwd op de resten van de vesting Lovallia, een van de vele Romeinse nederzettingen op de Pannonische laagvlakte. In de middeleeuwen werd er een kasteel gebouwd dat uitkeek op de rivier de Drava. Het kasteel werd later toegewezen aan de Morovics en de Gorjanski's. Na de Turkse verovering in 1526 fungeerde het als garnizoen. Na de Turkse overheersing kwam het gebied in handen van de Familie Hilleprand Prandau, die aan het begin van de 19de eeuw het kasteel deels liet slopen en vervangen door het grote gebouw dat nu het Valpovo-museum herbergt. Dit museum herbergt stijlmeubelen en interessante archeologische vondsten. Het complex ligt in een groot park en een vestinggracht omgeeft de middeleeuwse muren, de toren, het nieuwe gebouw en de kerk. Rond het kasteel ontwikkelde zich een stadje, met de schitterende barokke Kerk van de Onbevlekte Ontvangenis uit 1722.
Vinkovci | Deze plaats is door de Romeinen gesticht onder de naam Aurelia Cibalae en was de geboorteplaats van de keizers Valens en Valentinia. In de 4de eeuw werd het een bisschopszetel. In de middeleeuwen heette de plaats Zenthelye, naar de Sint-Eliaskerk. De kerk stamt uit de 12de eeuw en is een van de oudste monumenten van Slavonie. Het gemeentemuseum, in de 18de eeuwse voormalige Oostenrijkse kazerne aan het hoofdplein, toont vondsten uit de Romeinse necropolis en heeft ook een folkloristische collectie. Voor het museum staan grote Romeinse sarcofagen opgesteld. Vanuit de tuin ziet u de Eusebius en Polliokerk uit 1775 en het stadhuis, die beide worden gerestaureerd.
Virovitica | Documenten uit het einde van het eerste millennium geven deze plaats zijn Hongaarse naam Wereuche. In 1234 riep koning Bela IV deze uit tot een vrijstad, die zich ontwikkelde tot een agrarisch en handelscentrum. De stad werd veroverd door de Turken en stond tot 1684 onder Osmaans gezag. Later werden alle Turkse sporen uitgewist. De barokke Sint Rochuskerk, versierd door de beeldhouwer Holzinger en de schilder Gobler, is 18de eeuws. Op de plaats van de oude wasserburg-kasteel biedt nu het Pajacevic-huis (1800-1804) onderdak aan het Gemeentemuseum, met kunst, volkskunst en archeologische vondsten.
Vrpolje | Deze plaats is bekend vanwege het feit dat dit de geboorteplaats is van de bekende Kroatische beeldhouwer Ivan Mestrovic (1883-1962). De kunstenaar heeft veel van zijn werken aan zijn geliefde Vrpolje geschonken. In de kleine parochiale Sint-Ivankerk ziet u het beeld van Johannes de doper, een relief en een crucifix, terwijl buiten een fraai borstbeeld van een vrouw staat. In het museum zijn dertig werken van hem te zien: gipsafgietsels, bronzen en houten beelden.
Ivan Mestrovic (1883-1962)
Vukovar | Zoals u bovenstaand heeft kunnen lezen heeft deze stad als een van de meeste te leiden gehad onder de oorlog in de jaren 90. De stad werd bijna geheel verwoest. De barokke stad was echter zeer beroemd om zijn kerken, zijn mooie 18de eeuwse gebouwen en talloze musea. De stad heeft ook een zeer lange geschiedenis getuige bijvoorbeeld de beroemde duif van Vucedol uit 2000 v. Chr., die 5 kilometer van Vukovar is opgegraven en nu te zien is in het archeologisch museum in Zagreb.
De stad bij de samenloop van de Donau en de Vuka heette in de middeleeuwen Vakovo en werd later geschonken aan diverse families. Eenmaal veroverd door de Turken werd Vakovo een garnizoenplaats en een belangrijk handelscentrum. Na de bevrijding in 1687 nam het weer de rol op zich van voorpost van de Christelijke Katholieke wereld tegen de islamitische en Orthodoxe invloedsfeer.
In 1736 werd Vakovo geschonken aan de graven van Eltz, die de stad Vukovar noemden. De inwoners waren Katholiek of Orthodox en er werden kerken gebouwd voor beide religies, plus een franciscaner klooster (1727). In 1751 liet de familie Eltz een groot barok paleis bouwen, dat na WO II het gemeentemuseum werd. Ook dit gebouw raakte in 1991 zwaar beschadigd en de inhoud van dit museum werd samen met de Bauer-collectie en kostbaarheden uit het franciscaner klooster overgebracht naar musea in Belgrado en Novi Sad. In december 2001 werden de collecties teruggegeven en momenteel worden ze gerestaureerd.
Zupanja Deze plaats ligt aan de grens met Bosnie-Herzegovina aan een ruime bocht van de Sava. Het gebied is al heel lang bewoond. Er zijn in een necropolis vondsten gedaan uit de Bronstijd. Hier werd een van de eerste Kroatische nederzettingen gesticht. Na de Turkse overheersing werd de plaats een van de militaire posten van de Vojne Krajine (militaire grenszone) en een handelscentrum. Het Grenshuis is een van oorsprong vroeg 19de eeuws houten gebouw dat voor het heffen van tol werd gebruikt. Het brandde af in de recente oorlog, maar is herbouwd en herbergt nu het Etnografisch museum.
|
 |
|