|
 |
Iedereen gelijk! Geen rang, geen stand. Zo'n 10 meter boven de autosnelweg eten we al een eerste hapje. We kunnen het niet laten? Reizen, dat is ook eten. Bijtanken doen we ook. Goeie zet: het volgende uur zullen we op de autosnelweg geen benzinestation meer tegenkomen.
Het laatste stukje Belgie laat zich voelen. Letterlijk. De weg ligt er slecht bij, het lijkt alsof ons landje het contrast met de Duitse snelweg zo groot mogelijk wil maken. Belgie, de eeuwige underdog? We zetten koers richting Munchen. De wolken dreigen, maar tot het donker wordt zal het bij dreigen blijven. 21:00 uur. De dag heeft pas met de nacht geruild en die lijkt ons minder gunstig gezind. De eerste druppels vallen. Zo'n goeie 30 kilometer voor Munchen beslisten we om nog even door te rijden. Het volgende motel dient zich pas een klein uur later aan. Het is het pas vernieuwde Rasthaus Irschenberg & Motel?. Na zo'n 800 kilometer is het mooi geweest. We zijn moe en een beetje nat. Bij de check-in tellen we 92 euro neer voor een dubbele kamer met douche. Ontbijt inbegrepen. Voor we onder de wol kruipen passeren we nog even langs de self service.
Volgende ochtend. De achterzijde van het motel kijkt uit op een typisch Duits berglandschap. Vanachter het raam in onze kamer neem ik mijn eerste foto. Als ik dit soort bergtafereel voor ogen krijg, zie ik spontaan zo'n puzzel van 1000 stukjes uit mijn kindertijd. Het soort cadeau dat je liever kwijt dan rijk was. Ik kijk door de zoeker en druk af. Klaar! Zonder stukjes... Na 5 minuten wachten houden we het bij het plaatselijke benzinestation voor bekeken: het gaat voor geen meter vooruit. Het lijkt of alle hotelgasten beslist hebben op hetzelfde moment bij te tanken. We gokken op een station verder. Geen probleem blijkt; tussen Munchen en het Oostenrijkse Kufstein zijn de benzinestations niet op één hand te tellen. Vanaf Tirol wordt het pas écht leuk. De wegen worden bochtiger, het rijden intenser. De houten schuurtjes op de groene heuvels lijken er met de hand op gezet. Kleine wolkjes flirten met het wegdek en maken de ervaring compleet. De weg ligt er perfect bij. Geen vervelende steenslag te bespeuren. We zweven. Dit is genieten. Bij de afdaling is de weg meer opgelapt. Vanaf hier houden we de blik strak op het asfalt. De lange tunnel Felbertauern brengt ons naar de grens met Italië. Ping Ping! 10 euro.
Het is bijna mei, maar toch kan er verderop nog gesnowboard worden zo blijkt. Alvast één snowboarder merk ik op vanachter het vizier. Even schiet het door mijn hoofd: "Zullen we?" Liever niet, oordeelt Sofie vanop de duozit. Eens de A23 op richting Trieste reikt de teller terug boven de honderd. Palmanova wordt onze laatste stop voor we de grens met Slovenië oversteken. Enkele liters super 95 vinden hun weg tussen zadel en stuur. Een litertje benzine kost hier net iets meer dan bij ons (een goeie euro). Oostenrijk is door de band goedkoper, in Duitsland betaal je zowat evenveel als bij ons. Prijzen vergelijken én nuttige tips vind je op www.vab.be. De juf met de brede glimlach rekent met me af. Het broodje ham smaakt heerlijk en de koffie is top. Viva Italia! Het zal onze eerste ervaring worden met een voormalig Oostblokland. Onvoorstelbaar dat het zo lang heeft moeten duren. Ex-Joegoslavië associëren we nog met een zekere rauwheid, een flinke dosis bureaucratie, mannen in uniform en oversized petten. Later blijkt daar nog amper wat van te kloppen?
Slovenië. De grens. Het duurt even voor we bij de douane komen. Het wegennet lijkt rond de grens in knoopjes te liggen, alsof voormalig West en voormalig Oost met de tijd nog wat in elkaar moeten vergroeien. Voor de eerste keer moeten we naar onze identiteitskaart grijpen. Het blijkt slechts een formaliteit. Amper 10 minuten later bereiken we Kroatië. Onze eerste indruk: groen én groen én nog eens groen. De weg kronkelt hier zachtjes door een heuvelachtig landschap. We zijn overweldigd door zoveel moois. Wat ons nog het meest verbaast, is dat het contrast met Italië zo abrupt en zo hard is. Het landschap hier is van een ongekende puurheid. Istrie dient zich aan zoals we het verhoopten. Alleen de publiciteitsborden met vakantiebestemmingen en hotels ontkrachten enigszins het idee dat we de eersten zijn die dit stukje van de wereld mogen ontdekken. Nog een kleine honderd kilometer voor de boeg. Langs de weg passeren we talrijke kraampjes met grappa, wijn of -zo blijkt later- wilde asperges. Op de terrasjes genieten de locals van koffie, frisdrank, wijn. Kortom, van het goede leven. Voor wat Istrie betreft, is Pula met 60.000 inwoners de grootste stad aan de Adriatische kust. Als we de stad naderen, worden we voor het eerst in Kroatië geconfronteerd met de aanwezigheid van industrie en hoogbouw. Oeps denken we. Maar een eerste indruk is niet altijd de juiste. De motor kunnen we kwijt in een afgesloten parking naast het hotel. Voorlopig blijft hij daar even. Het mag gezegd; ons achterwerk doet een beetje pijn? Hotel Histria is het bekendste hotel van Pula. In zowat elke gids die je openslaat, wordt het als eerste besproken. Afhankelijk van de bron krijgt het soms 4 sterren toebedeeld, dan weer 5. Het dateert nog van de periode van vòòr de val van De Muur, van 1987 om precies te zijn. We zijn er eerlijk gezegd een beetje blij om: alles wat ons nog wat in de pré-socialistische (hier in Kroatië spreken ze niet over communisme) sfeer kan dompelen nemen we er gretig bij! Met enige zin voor overdrijving menen we in Hotel Histria typische Oost-Europese stijlelementen terug te vinden. Grote zalen, kolossaal veel marmer, koperen ornamenten en natuurlijk hotelpersoneel in schort, sokjes en witte muiltjes. Heel charmant! Wij houden er alvast van.
We zijn wat moe en besluiten om hier wat te eten en schuiven aan bij het buffet. A volonté, van voorgerecht tot dessert, betalen we 111 Kuna, zo'n 16 euro per persoon. Niet echt goedkoop. Later zullen we ontdekken dat het allemaal nóg lekkerder kan voor minder geld. Echt druk is het er nog niet. Samen met ons eet iets verderop ook een basketbalploeg -kerels van rond de 2m15cm- en aan de andere zijde van de zaal een aantal vrouwelijke tennissers een stukje mee van het buffet. De basketters eten snel en zijn zwijgzaam. De meisjes praten veel en eten weinig.
Eerste nacht. Het viel ons s avonds op dat de kamers nogal gehorig waren, maar wat ik nu -half slapend- hoor is wel erg sterk. Een kreunende vrouw. Helder, duidelijk, scherp. Ik luister. Het ritme en de hevigheid van het gekreun neemt nog toe. Het stelt me gerust dat de dame in kwestie ervan lijkt te genieten. Sofie ligt nog naast mij, ook dat stelt me gerust. Met een mengeling van ongeloof en bewondering luister ik verder. Ik durf te wedden dat het zich afspeelt in de kamer naast ons. Eén van de tennissende meisjes? Een basketter? Samen? Het gekreun verstilt. Ik besluit het morgen uit te zoeken en val weer in slaap. Mijn zieke geest moet volgens Sofie de verklaring zijn van wat ik die nacht heb meegemaakt. Ik spreek haar niet tegen.
Vanuit onze kamer kijken we uit over de azuurblauwe zee, de rotsachtige kust, de pijnbomen; het is adembenemend. De thermometer tikt af op 20,5° Celcius. Voldoende voor een verkennende tocht! Het is eind april, wat mij betreft dé uitgelezen periode om op reis te gaan. Met ons zwak voor alles wat vergane glorie uitstraalt -of lijkt uit te stralen- zitten we prima bij het begin van het toeristisch seizoen. Tijdens onze wandeling komen we een waterglijbaan tegen die nog niet gebruiksklaar is gemaakt, een leeg zwembad, een verlaten snackbar. Gras en mos tussen de plaveien. De hele omgeving baadt nog in een desolate sfeer. Een beetje zoals in dat mooie computerspel Riven, waarbij je als enige levende ziel op een onbewoond eiland allerhande raadsels moet oplossen. Een zwerm meeuwen vliegt krijsend over onze hoofden. Nou ja krijsend, eerder kreunend lijkt me. Kreunend. Kreunend denk ik nog eens luidop. Opnieuw vliegen ze over; wat ik te horen krijg is precìes datgene wat ik voorbije nacht te horen kreeg. Geen meisje dus, maar een meeuw? Het raadsel is opgelost. Ik ben meteen een illusie armer.
In Pula vindt het Pula WTA Woman Tennis 2003-tornooi plaats. De finale wordt gespeeld op 4 mei. We zullen dan al in Split zijn. Wat we nu te zien krijgen zijn de kwalificatie-matchen. Allebei houden we van tennis, we zetten ons dus graag op de betonnen bankjes van de kleine tennisarena en kijken naar de match. Het is een bescheiden tornooi, waar de meisjes tijdens de wedstrijd zelf de ballen moeten rapen. Dat hebben we nog niet op televisie gezien. De meisjes gaan voluit voor de winst, net zoals we dat gewoon zijn van Kim of Justine. Sommige kreunen ook bij het slaan van de bal. Twee dagen later behoort de desolate sfeer rondom Hotel Histria tot het verleden. Op grote schaal wordt er geharkt, gemaaid, ontmost, geschrobd. Kroatië is geen vergeten paradijs; Kroatië is hot! Toch laten we het intussen volgelopen zwembad nog even links liggen, want het weer twijfelt nog tussen zon en wolken. Met de motor gaat het richting Pula Centar. Het lijkt een eeuwigheid en toch is het amper 24 uur geleden dat we nog op de motor plaats namen. De verkeersregels zijn duidelijk; staat er een dwarse witte lijn op de weg, dan heb je geen voorrang, in het andere geval wel. Op de marktplaats is het gezellig druk. Elke dag is er een markt met verse groenten en fruit. Prachtig gefilterd licht valt door de bomen op kraampjes en mensen. Ik sta even stil om de gezellige drukte tot me door te laten dringen. Een streling voor de zintuigen. Alles ruikt vers en fris en als toerist wordt je echt niet aangeklampt of aangezet tot kopen. De sfeer is gemoedelijk. We kijken, maar kopen voorlopig nog niks. Aan de overkant van de markt is er een pas gerenoveerde overdekte markthal. Hier vinden we verse vis aan de ene en vlees aan de andere zijde. De Kroaten houden van dit soort marktjes waar sociaal contact makkelijk verloopt, de versheid van de koopwaar gegarandeerd is en de prijzen fair zijn. Pula heeft een geschiedenis die liefst 3000 jaar teruggaat en is zo de oudste stad van de Oost-Adriatische kust. De lijst van de opeenvolgende overheersers is lang: de Grieken gebruikten Pula reeds als haven. Het zijn de Romeinen die Pula tot een echte stad maakten met de representatieve bouwwerken zoals triomfbogen, een theater, een arena, een forum en meerdere tempels. Na het uiteenvallen van het West-Romeinse Rijk, maakte Pula - na een korte overheersing door de Oost-Gothen - gedurende 2 eeuwen deel uit van het Byzantijnse rijk. In die tijd worden er ook de eerste kerken gebouwd. Op het einde van de 8ste eeuw valt Pula in handen van de Franken en volgt een periode van instabiliteit. In 1331 stelt Pula zich noodgedwongen onder de bescherming van Venetië. De ontwikkeling van Pula werd echter door oorlogen en epidemieën afgeremd en wel zo sterk dat de stad in 1630 nog maar 300 inwoners telde. Het is ook in die periode dat de monumenten uit de oudheid het zwaar te verduren krijgen en door bewoners en overheersers grotendeels worden ontmanteld. In de 19de eeuw kwam Pula onder Oostenrijkse heerschappij. Die duurde, een kort Napoleontisch oponthoud buiten beschouwing gelaten, tot de Eerste Wereldoorlog. Tijdens het interbellum waren de Italianen de baas en pas na de Tweede Wereldoorlog werd Pula onderdeel van de Joegoslavische Republiek om tenslotte in 1991 deel uit te maken van de onafhankelijke staat Kroatië. We schrijven intussen 2003 en de laatste oorlog -die uit 1995- die dit land heeft gekend, is al ontzettend ver weg in de geest van de mensen. In Pula is nooit gevochten, enkel op de Kroatisch-Bosnische grens hebben de Servische troepen oorlog gevoerd.
Het centrum van Pula heb je na een 2-tal uurtjes doorkruist. We nestelen ons op een terras om van de intussen opgekomen zon te profiteren. Opmerkelijk! Een whisky kost hier evenveel als een cola, 11 kuna. Ik ga voor een witte wijn, die kost ook slechts 11 kuna. Later leren we dat vooral de rode inlandse wijn eigenlijk te prefereren valt boven de witte, en we leren ook dat whisky op andere plaatsen toch duurder is. We blikken terug op onze eerste verkenning en kijken even na in de reisgids wat we precies gezien hebben. De Sergiusboog of Porta Aurea met Korintische kapitelen en het vlakbij gelegen huis, waar schrijver James Joyce een tijdje verbleef. Het Romeinse amfitheater -het 6e grootste resterende ter wereld- waar gladiatoren 4 eeuwen lang heroïsche gevechten aangingen met wilde dieren, maar wat nu enkel nog voor vreedzame doeleinden wordt gebruikt. Internationale toppers als Sting, Zucchero en Jamiroquai traden er al op en ook het jaarlijks Pula Filmfestival vindt er plaats.
Wanneer we even later de motor opstappen maken we nog een rit rond het centrum voor we terugkeren naar het hotel. Pula ben je zo rond, vergelijk het qua grootte met een stadje als Ieper. We passeren ook de scheepswerf die vlakbij het centrum aangrenst. Een reusachtig schip van wel 5 verdiepingen hoog is er in aanbouw en je kan het bijna aanraken vanaf de Forumplaats. Hallucinant beeld.
's Avonds eten we pizza. Pizzeria Punta ligt op een goeie 200 meter van ons hotel. Een allegaartje van plastic gebloemde tafelnapjes en eiken stoelen uit oma's tijd geeft een sympathieke couleur locale aan deze plek. We kiezen een tafeltje. Nu valt het ons pas op: TV-, radio- én gedempte lunaparkgeluiden lijken niemand hier te storen. Let it be!
De bediening is er prima, de pizza ook. Meteen na ons loopt de tent aardig vol.
10:00h 's ochtends. We hebben afspraak met Vesna, onze gids van het Pula Tourist Office. Vesna is een dame met flink wat rock & roll in het lijf. Een donkere bos haar, fel opgemaakte lippen, oogschaduw in 3 kleuren. Yes baby! Vesna is trots op Pula. Ze is er geboren en nooit vertrokken: ze woont in een huisje bij de zee, iets uit het centrum van Pula. Bij enkele van de plaatsjes die we die dag zullen bezoeken, vertelt ze over de eerste indrukken die ze als kind bij die plekken had. Zo kleeft het beeld van president Tito haar nog op het netvlies, wanneer die de bevallige Elizabeth Taylor temidden van veiligheidsmensen en perslui iets in het oor fluisterde en haar daarmee aan het blozen bracht vòòr ze samen het Romeinse amfitheater binnenstapten. Maar Pula herbergt nog veel meer dan het amfitheater. De inwoners worden trouwens op elke bouwwerf herinnerd aan het verleden van hun stad. Bij elke put die gegraven wordt, wordt weer iets nieuws ontdekt. De aannemers houden er dan ook hun hart vast, want als ze iets vinden, komt een horde archeologen hun werk onderbreken.
Als Vesna over het verleden vertelt, geeft ze de indruk dat het toen beter was. We vragen haar waarom. Vesna vertelt dat het voor veel mensen moeilijker is om rond te komen. Ze leven nog steeds in een soort overgangsfase van een socialistisch systeem naar een vrije markt. Sociale vangnetten zijn er nauwelijks en dat maakt het voor sommigen moeilijker. Toch valt het ons op dat Kroaten het leven steeds van de mooiste kant bekijken. De mensen zijn er bijna altijd goed geluimd. Het is ook een trots volk, dat terecht fier is op haar taal, cultuur en geschiedenis.
Manger! Vanavond mag het ietsje meer kosten. We volgen een tip van Vesna: het wat sjiekere Restaurant Vela Nera, aan de overzijde van hotel Histria. Bij kaarslicht genieten we van garnalen met asperges en gegrilde zeeduivel. Alles met een witte landwijn. We zijn erg tevreden met onze keuze. Koffie maakt het af. We betalen 350 Kuna, zo'n 50 euro. Erg redelijk
Terug naar Boven
Navigeer met sitemap
|
 |
|